accepteer
weiger

Meer informatie hierover kunt u hier lezen.

21 februari 2018

De do’s en don’ts als je een voertuig met zwaailicht en sirene tegenkomt

Hoe is het om je als agent met zwaailicht en sirene snel door het overige verkeer te moeten bewegen? Hoe beslis je als weggebruiker wat je het beste kunt doen als je zo’n voertuig tegenkomt? En welke fouten maken weggebruikers vaak als ze een hulpverleningsvoertuig met zwaailicht en sirene tegenkomen? Politiesurveillant Bert Luichies vertelt.
 
Pakken we hier de vluchtstrook of de meest linker rijbaan? Kunnen we verantwoord het rode verkeerslicht negeren? Heeft de tegenligger ons gezien zodat we kunnen inhalen, of moeten we even gas terugnemen? Als je een voorrangsvoertuig bestuurt, moet je vaak in een split second beslissen wat je wel of niet doet. “Het is soms lastig de juiste balans te vinden. Aan de ene kant moet je met spoed naar een melding. Aan de andere kant mag je nooit de verkeersveiligheid in gevaar brengen”, vertelt Bert. “Want ook voor de hulpverleningsvoertuigen geldt Artikel 5, waarin staat dat het verboden is om je zo te gedragen dat er gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt.”
 
Schrikreactie
“Hoeveel haast we ook hebben, we moeten altijd beheerst en rustig besluiten nemen, het hoofd koel houden en heel ver vooruit te kijken. En dat is niet alleen wat wij als politieagenten doen, maar het is ook wat weggebruikers moeten doen als ze een voertuig met zwaailicht en sirene tegenkomen.” Bert legt uit: “Het gevaarlijkste is als bestuurders schrikken van onze aanwezigheid omdat ze ons niet aan hadden zien komen. Er is maar één manier waarop je dat als bestuurder kunt voorkomen: kijken, kijken en nog eens kijken. Focus je dus niet alleen op dat wat er voor je gebeurt, maar zorg dat je ook continu weet wat er naast en achter je gebeurt. Kijk daarom elke acht seconden in de spiegels.”
 
Do’s en Don’ts
Spiegelen is dus een absolute ‘do’. Maar dat niet alleen: op het moment dat je een voorrangsvoertuig tegenkomt, is het belangrijk dat je als automobilist voorspelbaar bent voor de bestuurder van het voorrangsvoertuig. Op die manier kan die op jouw gedrag inspelen. Ga dus niet onverwachts sturen of ineens remmen als je een wagen met zwaailicht en sirene ziet, maar bedenk eerst wat je het beste kunt doen. Om te bepalen wat het beste is, kun je uitgaan van drie hoofdregels:
  1. Houd je altijd aan de verkeersregels en gebruik je richtingaanwijzers om aan te geven wat je gaat doen. Maak alleen ruimte als dat op een veilige manier kan.
  2. Is er een rijstrook vrij, laat die rijstrook dan ook vrij. Denk hierbij aan een spitsstrook, busbaan of een voorsorteerstrook bij een kruispunt.
  3. Zet de auto óf aan de kant (bijvoorbeeld in een parkeerhaven), óf rij door met de maximum snelheid. Ga dus niet ineens langzaam rijden. Indien je doorrijdt, houd dan zoveel mogelijk rechts maar vermijd de berm.
 
Tips voor specifieke situaties
Verder geeft Bert nog een aantal tips voor specifieke situaties:
  • Rijd je op een rotonde? “Volg dan de rotonde totdat het voorrangsvoertuig afslaat.”
  • Sta je voor een verkeerslicht of in de file? “Kijk goed aan welke kant het voorrangsvoertuig jou nadert. Rij vervolgens een stukje schuin naar voren totdat er genoeg ruimte is. Dit is dus ook één van de redenen waarom je altijd voldoende afstand moet houden. Dat geeft je ruimte om eventueel uit te wijken.”
  • Sta je voor een brug of spoorwegovergang? “Blijf staan en rij niet door rood. Het hulpverleningsvoertuig kan er ook niet langs en zal daarom op de linkerrijstrook wachten tot het rode licht uit is.”
  • Rijd je op de snelweg? “Ga zo snel mogelijk naar de rechterrijbaan. We zien vaak dat automobilisten toch nog even snel een vrachtwagen willen inhalen, maar doe dat niet. Het voorrangsvoertuig heeft zich aan je laten zien en komt met hoge snelheid aan, wacht gewoon even met inhalen totdat hij voorbij is.”
  • Komt er een politieauto tegen het verkeer in op je af? “Kijk in je spiegels, rem voorzichtig af en houd goed rechts. We zijn dan namelijk aan het Tonnen: Tegengesteld Opvallend Naderen. Tonnen is een rijtechniek waarbij we op bijvoorbeeld provinciale wegen indien mogelijk op de verkeerde weghelft gaat rijden. Daardoor hoeven we niet steeds in te halen, maar kunnen we in één rechte lijn blijven rijden. Dat geeft een rustiger verkeersbeeld. Bovendien zien automobilisten ons met deze techniek al van ver aankomen. Daardoor hebben ze tijd om af te remmen en goed rechts te houden, zodat wij er langs kunnen.”


Terug naar boven